Valenciennes (in het Nederlands ook bekend als Valencijn) heeft net als andere steden aan de Schelde zoals Kamerijk (Cambrai), Doornik (Tournai), Gent, Antwerpen en de Zeeuwse steden een rijk cultuurhistorisch verleden. De oude industriestad is met meer dan 40.000 inwoners onderdeel van een stedelijke agglomeratie van meer dan 300.000 inwoners en behoort tot de grotere stedelijke regio rond Lille (Rijsel).
In de tiende eeuw was Valenciennes als vestingstad het centrum van een markgraafschap van het Duitse rijk, het was tot ca. 1045 in handen van de graven van Vlaanderen. Na een rebellie werd het graaf Boudewijn V ontnomen en kort daarop verwierven de graven van Bergen (Mons) het markgraafschap. Vanaf 1071 werd Valenciennes de hoofdstad van het nieuwgevormde graafschap Henegouwen. De plaats kreeg in 1114 stadsrechten. Na een strijd tegen de eigen graaf bezegelde Valenciennes in 1323 samen met de Henegouwse steden Mons (Bergen), Mabeuge, Binche en samen met Hollandse en Zeeuwse steden Dordrecht, Zierikzee, Middelburg, Delft, Leiden and Haarlem de Vrede van Parijs.
In het Nederlands wordt deze stad Rijsel genoemd, maar ze staat vooral bekend onder haar Franse naam, Lille. Vandaag is de stad een van de belangrijkstee verkeerscentra van Noordwest-Europa. Het is een knooppunt van snelwegen en kent één van de belangrijkste (inter)nationale spoorwegstations van Frankrijk: Lille Europe. Bovendien ligt op nog geen vijftien minuten van het stadscentrum een internationale luchthaven: Lille-Lesquin. Lille wordt ook wel het Parijs van het Noorden genoemd. De stad heeft nu meer dan 200.000 inwoners en is onderdeel van een grote stedelijke agglomeratie met meer dan een miljoen inwoners.
De naam van de stad is afgeleid van de plaatsaanduiding ‘Ad Insulam’, wat ‘op/bij het eiland’ betekent. Dat werd in het Oudfrans vertaald als Ă l’isle en in het Middelnederlands als ter IJsel. De stad vormde zich inderdaad op een eiland in de rivier de Deule. De stad is waarschijnlijk ontstaan uit een villa van de graven van Vlaanderen die uitgroeide tot het castellum Islense. De stad Lille/Rijsel werd in de elfde eeuw gesticht door Boudewijn V, graaf van Vlaanderen, die ook wel Boudewijn van Rijsel wordt genoemd. Hij verwierf de (zuidelijke) Zeeuwse eilanden en de gebieden langs de Schelde die later Rijks-Vlaanderen zouden vormen, en was tijdelijk ook graaf van Henegouwen. Boudewijn V werd begraven in de Sint Pietersabdij te Gent.
De oude bisschopsstad Doornik (Tournai) ligt aan de Schelde in de provincie Henegouwen in het Picardische gedeelte van Wallonië. De stad ligt dus in het Franstalige deel van België. In Doornik vonden in 1322 de onderhandelingen plaats die leidden tot de Vrede van Parijs van 1323. De bisschopsstad lag in het Franse Koninkrijk, aan de Schelde, op de grens tussen het grondgebied van de Vlaamse graaf en de graaf van Henegouwen, de twee strijdende partijen. De onderhandelingen vonden wellicht plaats in het bisschoppelijk paleis.
Doornik lag als Franse stad ook aan de grens van het Heilige Roomse Rijk, het Duitse keizerrijk. Terwijl het graafschap Vlaanderen tot het Franse koninkrijk behoorde, lag Henegouwen in het Duitse rijk. Tijdens de onderhandelingen in Doornik bemiddelde de Franse koning tussen graaf Lodewijk I van Vlaanderen en graaf Willem III van Henegouwen, die ook graaf was van Holland, en vanaf 1323 ook van Zeeland. In het Scheldegebied kwam een groot aantal bisdommen samen: Kamerrijk (Cambrai), Atrecht (Arras), Terwaan (Thérouanne) en Doornik vanuit het zuiden, en Utrecht vanuit het Noorden (de Zeeuwse eilanden en de Vier Ambachten behoorden tot Utrecht). Het bisdom Doornik strekte zich uit tot het land van Waas, Gent, Brugge, Sluis en Rijsel (Lille).
Iedereen in Vlaanderen kent de Guldensporenslag uit het begin van de veertiende eeuw. Terwijl de Vlaamse graaf en zijn twee oudste zonen door de Franse koning waren gegijzeld, versloeg op 11 juli 1302 bij Kortrijk een Vlaams leger van vooral boeren en ambachtslieden een Frans ridderleger. Het Vlaamse leger, dat te voet ging, had de beschikking over pieken, hellebaarden en goedendags. Het Franse leger had boogschutters en vele ridders te paard met hun lansen. De Zeeuwse edelman Jan van Renesse was een van de aanvoerders van de Vlaamse troepen. Door gebruik te maken van slimme strategieën en de moerassige ondergrond versloegen de Vlamingen het Franse ridderleger. Op het slagveld verzamelden zij de gulden sporen van de Franse ridders, die zij als oorlogstrofeeën ophingen in de kerk in Kortrijk. De Vlaamse overwinning schokte Europa.
De Guldensporenslag werd mede dankzij de roman van Hendrik Conscience in de Vlaamse beweging van de negentiende eeuw belangrijk in de Vlaamse natievorming. Sinds 1973 is 11 juli de nationale feestdag van Vlaanderen. De Guldensporenslag leidde niet alleen tot de terugtrekking van de Franse troepen uit Vlaanderen, maar had gevolgen voor de hele Schelderegio. Want de overwinning gaf aan de Vlaamse graaf, of eigenlijk aan zijn zoon Gwijde van Namen, de kans de strijd aan te binden met de graaf van Henegouwen. Wellicht was het doel om zowel Henegouwen als Zeeland in handen te krijgen. Want na aanvallen in Henegouwen vielen de Vlamingen in 1303 vanuit Sluis Zeeland binnen, ze veroverden Middelburg en rukten op naar Zierikzee. Het resultaat van de Guldensporenslag was een Vlaamse invasie in Zeeland, Holland en zelfs Utrecht.
Aan het eind van de negende eeuw werden op Walcheren enkele ringwalburgen aangelegd, mogelijk als bescherming tegen de Vikingen: Domburg, Souburg en Middelburg. Middelburg zou zich in eeuwen daarna ontwikkelen tot het economische, religieuze, culturele en politieke hart van Walcheren. Binnen de ringwalburg van Middelburg werd in 1123 vanuit het West-Vlaamse Voormezele, nabij Ieper, een proosdij voor reguliere kanunniken gesticht, gewijd aan Maria. In 1227 sloot dit reguliere kapittel van Onze-Lieve-Vrouw zich aan bij de premonstranzer of norbertijner orde. Het werd een dochter-abdij van de Michielsabdij van Antwerpen. De abdij stond onder bijzondere bescherming van de graven van Holland, en allicht eerst ook die van Vlaanderen. De Hollandse graven verleenden de kloostergemeenschap vooral in de dertiende eeuw veel voorrechten. Zo groeide de Abdij van Middelburg uit tot een van de belangrijkste van de Lage Landen, vanaf 1559 bovendien de zetel van het nieuwgevormde bisdom van Zeeland, waarvan de abt bisschop werd.
Zichtbare overblijfselen uit de middeleeuwen zijn er in Westkapelle niet of nauwelijks te vinden. Toch is er één markant gebouw dat iedereen kent: de vuurtoren van Westkapelle. Sinds 1802 laat deze toren elke avond nog altijd zijn licht schijnen tot 37 kilometer ver. Voordat hij vuurtoren werd, was dit de toren van de Willibrorduskerk, de parochiekerk van de stad Westkapelle, gebouwd tussen 1458 en 1470. Sint Willibrord, ook wel bekend als de ‘apostel der Friezen’ was de Angelsaksische missionaris die in de zevende eeuw het christendom naar de Friezen bracht. Hij heeft een speciale betekenis in Westkapelle. Nog altijd is Willeboord een veel voorkomende naam in Westkapelle.
Zierikzee gelegen op het voormalige eiland Schouwen, is vandaag door een havenkanaal verbonden met de Oosterschelde, nu een zeearm maar in de middeleeuwen de monding van de Schelde. In de middeleeuwen groeide Zierikzee, rond 1217 gesticht door de Hollandse graven, uit tot een belangrijke handelsstad. Meekrap, zout, haring en laken werden belangrijke exportproducten. Handels- en vissersschepen voeren vanuit Zierikzee over de Noordzee, naar de Oostzee en de Middellandse zee.
De stad was in de middeleeuwen via een kort havenkanaal verbonden met de Gouwe. De Gouwe was het water dat de eilanden Schouwen en Duiveland van elkaar scheidde. Het was de verbinding tussen de Schelde en de Grevelingen, de vaarroute van de grote Vlaamse en Brabantse handelscentra naar de Rijnmonding. In de middeleeuwen noemde men de rivier die langs Zierikzee naar de Noordzee stroomde in het Latijn Scaldis en in het Middelnederlands Scelt, de latere Schelde. De nu gebruikte benamingen Ooster- en Westerschelde zijn het gevolg van de vorming van een nieuwe bestuurlijke indeling van Zeeland door de Hollandse graaf Floris V en veranderingen in de zeeroute naar Brabant, die sinds de late vijftiende eeuw steeds meer via de Honte (later de Westerschelde genoemd) liep.

